Bij het woord monument denken velen in eerste instantie aan kastelen, kerken, kloosters, stadhuizen en molens of aan standbeelden en herdenkingsmonumenten. Maar het begrip is veel ruimer. Ook woningen voor burgerij en arbeiders, hoeven, kapelletjes, bedrijfsgebouwen, parken en tuinen, bomen, begraafplaatsen, kasseiwegen, … kunnen monumenten zijn. Bij beschermingen gaat het overigens niet alleen om 'oude' gebouwen. Alle perioden komen aan bod, van de oudste bouwstijlen tot de architectuur uit de twintigste eeuw. Zo wordt een staalkaart bewaard van onze hele (bouw)geschiedenis.
Naast individuele monumenten zijn er ook ensembles die in hun geheel bescherming verdienen. Dit zijn de stads- en dorpsgezichten.
Een beschermd stads-of dorpsgezicht kan een groepering zijn van één of meerdere monumenten met hun omgevende bestanddelen (omheiningen, beplantingen, straten, …) of kan gevormd worden door de direct ermee verbonden visuele omgeving van een monument. Die omgeving moet dan wel bijzonder zijn: ze doet door haar beeldbepalend karakter de intrinsieke waarde van het monument tot zijn recht komen of ze waarborgt door haar fysische eigenschappen de instandhouding of het onderhoud van het monument. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan het molenveld van een beschermde windmolen. Het bestaan van dit open veld rond de molen maakt de werking van de molen (windvang) mogelijk.
De waarde van een stads- of dorpsgezicht wordt niet enkel bepaald door de aanwezige gebouwen, al dan niet met monumentwaarde. Hier spelen evenzeer andere componenten van het geheel, zoals beplantingen, open ruimten, bestrating, bomen, … een rol, en hun samenhang.
Een overzicht van beschermde stads- en dorpsgezichten in het werkingsgebied van Regionaal Landschap Groene Corridor vind je hier.